Menu

Hoe krijg je als tekstschrijver nieuwe opdrachtgevers?

8 januari, 2020

In 2020 zit ik officieel 18 jaar in het vak. Beter: heb ik 18 jaar mijn eigen tekstpraktijk. Maar eigenlijk schrijf ik al veel langer professioneel: begonnen tijdens mijn studie Nederlands/Publiciteit & Presentatie (tegenwoordig de opleiding Communicatie op de NHL Hogeschool in Leeuwarden) bij de krant als sportverslaggever, later een tijd als algemeen redacteur en tussendoor bij kabelkranten. Die had je toen nog.

Dubbel 20: tekstschrijver over 2020

Mijn bedrijf staat sinds 1 januari 2002 ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Ik vind het een mooie gelegenheid om u in een aantal blogs dit jaar mee te nemen in de tekstpraktijk. Te beginnen bij dit stuk, waarin ik vertel over hoe ik aan nieuwe opdrachtgevers kom.

Mogelijkheid 1: ouderwetse visitekaartjes

Het lijkt ouderwets, maar het werkt voor mij nog steeds: mijn visitekaartje rond laten slingeren. Het komt zeer geregeld voor dat mensen die ik ooit sprak (bijvoorbeeld voor een interview of tijdens een bezoek aan een vakbeurs) me later bellen of mailen met de vraag of ik ze kan helpen met tekstwerk.

ardex logoZo trof ik verkoopdirecteur Jan Elbert de Jong op een vakbeurs voor de vloerenbranche. We raakten aan de praat en ik gaf hem mijn visitekaartje mee. Niet lang daarna benaderde hij mij om als copywriter Nederlandse teksten te schrijven voor ‘zijn’ bedrijf Ardex GmbH, een Duitse producent van lijmen en aanverwante artikelen. Dat heb jarenlang met veel plezier gedaan. Zoveel plezier zelfs, dat ik Ardex in 2016 uitriep tot mijn favoriete opdrachtgever.

En de liefde komt van twee kanten, want Jan Elbert zei onder meer: “Teksten schrijven kan niemand beter dan Johan.”

Mogelijkheid 2: bewijzen met goed werk

Zeer geregeld kom ik bij een bedrijf over de vloer om een interview te houden. Of ik maak een reportage over een organisatie. Bijvoorbeeld voor vakblad Mobilia of het business-to-businessmagazine Kijk op Oost-Nederland.

Het komt dan heel vaak voor dat de ondernemer die ik interview ergens laat vallen dat hij of zij bezig is met een nieuwe website voor het bedrijf. Maar dat dat proces niet zo soepel verloopt omdat er geen medewerker vrij kan worden gemaakt om de teksten te schrijven. Of omdat er ‘wel een basis’ op papier staat, maar dat die nog moet worden aangescherpt.

Meestal wijs ik dan gedecideerd op het visitekaartje dat ik toch al op tafel had gelegd: “Als de tekst die ik nu over uw bedrijf schrijf bevalt, mag ik dan een voorstel schrijven voor die webteksten?”. Het blijkt een uiterst effectieve manier om met nieuwe klanten in gesprek te komen.

Overigens ken ik ook geen schroom om te zeggen tegen gesprekspartners dat hun site een opfrisbeurt nodig heeft. Menig mkb-onderneming heeft wel een website, maar heeft daar vaak al jaren niets meer aan gedaan. Of dat de brochure die ze me hebben uitgereikt wel erg oude informatie bevat. En ook dan wijs ik op het feit dat ik ze als tekstschrijver (met een netwerk aan partijen, zoals webbouwers en fotografen) kan helpen om hun media te moderniseren.

Door eerst bijvoorbeeld een interviewverhaal te maken voor een blad, heb ik meteen een goede ingang bij deze potentiële nieuwe klanten. Ik kan me meteen bewijzen. En daarna praten we verder. Graag zelfs.

Homepage Hogenet Didam teksten Johan Koning

De homepage van Hogenet uit Didam

Zo heb ik onder meer een mooie opdracht gescoord bij Hogenet . Ik kwam daar over de vloer om een reportage te schrijven voor vakblad Mobilia, maar ben vanaf dat moment bij het bedrijf betrokken als tekstschrijver. Zo schreef ik alle content op de website én schrijf ik geregeld nieuwsberichten en brieven.

Ook bij Ingenieursbureau Heino kwam ik op een dergelijke manier binnen. Over hen maakte ik een verhaal voor Kijk op Oost-Nederland dat zo goed beviel dat ze me een paar jaar later benaderden om de teksten voor hun website te schrijven. En die staat inmiddels online.

Naar tevredenheid . Sterker nog: ik haal in mijn offertes regelmatig de woorden van directeur Robert Heino aan die hij over onze samenwerking sprak: “We zijn blij dat we jou erbij hebben gehaald.”

Trouwens, ik wil ook best meewerken aan een andere manier van bewijzen, door een rechtstreekse proeftekst te schrijven voor een nieuwe opdrachtgever, maar ik vraag daar wel een reële vergoeding voor. Meer uitleg daarover geef ik in dit blog .

Mogelijkheid 3: mijn website

 width=Waar zou ik zijn zonder mijn website? Al vanaf het prille begin van mijn bedrijf brengt mijn site me werk. Mijn eerste ‘echte’ opdrachtgever, Carolien Meijer van het vakblad dat destijds nog GrootConsument heette, vond mij als freelance journalist via een zoekmachine (in die tijd was Ome Google nog niet overheersend, dus het zou best eens Tante Ilse geweest kunnen zijn).

Was mijn site dan zo best? Nee! Als ik nu terugkijk, was het maar een treurig schouwspel. Maar ik had ‘m wél zelf in elkaar gezet met hulp van een HTML-cursus van de LOI. Toch scoorde mijn site in die tijd blijkbaar behoorlijk goed. Waarschijnlijk omdat ik regelmatig het woord ‘freelance journalist’ liet vallen op de verschillende pagina’s, kwam ik automatisch hoog in de zoekscores van destijds. Toen was seo nog redelijk eenvoudig.

logo-RijkswaterstaatEn hoewel mijn site inmiddels echt weer toe is aan een opfrisbeurt (het WordPress-theme dat ik gebruik was vijf jaar geleden top of the bill, maar kent tegenwoordig nogal wat mitsen en maren), zorgt die er nog steeds voor dat er nieuwe opdrachtgevers binnenkomen. Van kleinere bedrijven zoals transportbedrijf ITS Breda tot grote organisaties, zoals Rijkswaterstaat.

Mogelijkheid 4: reageren op (freelance) vacatures

Vooral in de beginjaren van mijn freelancersbestaan kwamen nog geregeld vacatures voor freelance journalisten en redacteuren voorbij. Die werden op verschillende sites gepubliceerd, waarvan het Prikbord van Villamedia toen de bekendste was. In die jaren bestonden er nog niet zoveel freelance journalisten als nu. Op deze manier haalde ik verschillende opdrachtgevers binnen.

Via die site kwam ik in 2007 bijvoorbeeld bij vakblad Ons Huis terecht. Dat tijdschrift voor de woninginrichtingsbranche zocht toen uitbreiding van het redactieteam. De oproep was voor medewerkers in vaste dienst – en ook nog eens in een branche waarin ik geen ervaring had -, maar ik besloot de uitgever een mail te sturen met het voorstel om een deel van het redactietekort met freelancers op te lossen. Dat leek hem een goed idee en uiteindelijk heb ik ruim 10 jaar met veel plezier voor het blad gewerkt, totdat het helaas vanwege de crisis ten gronde ging.

En hoewel er tegenwoordig een stuk minder freelance vacatures zijn voor redacteuren, komen er af en toe nog steeds interessante oproepen langs. Zo kwam ik recent nog bij Nieuwsblad Transport terecht, waar ik nu van tijd tot tijd in publiceer.

Mogelijkheid 5: mond-tot-mond reclame

“Ik kreeg je naam door van die-en-die. Kun jij ons helpen met het schrijven van onze brochure, of onze webteksten”. Niet alleen ik praat met veel ondernemers, ondernemers die ik tref spreken ook weer met hun collega’s. En daar komt geregeld werk uit voor mij. Omdat die eerste ondernemer mijn naam heeft laten vallen, want mijn werk stond hem of haar blijkbaar aan.

Ik zeg: dikke prima en fijn! Het zijn de mooiste complimenten en er komen de mooiste samenwerkingen uit voort met nieuwe opdrachtgevers.

Mogelijkheid 6: reageren op slechte teksten

Ik ben geen huilebalk (nee, echt niet, ik blijf immers #chronischGronings), maar soms springen de tranen me in de ogen als ik een tekst lees. Dat kan omdat de tekst me oprecht ontroert, maar vaak gebeurt het ook omdat ik een tekst onder mijn ogen krijg die slecht is geschreven. Ik ben niet voor niets jurylid van Slechte Slogans.

Het wordt met niet altijd in dank afgenomen als ik me op de één of andere manier bemoei met de kwaliteit van een bepaalde tekst – en ik geef ook meteen toe dat ik het niet altijd even diplomatiek meld -, maar soms komt er juist ook een mooie samenwerking uit voort. Omdat het bedrijf in kwestie inziet dat kwaliteitsteksten belangrijk zijn voor de uitstraling.

Mogelijkheid 7: de leestafel

Met grote regelmaat zit ik in wachtruimtes van bedrijven. Vaak ligt daar het nodige leesvoer op tafel om die wachttijd te overbruggen. Vakbladen, tijdschriften en business-to-businessmagazines. Ik ken lang niet ieder blad en blader graag door de voor mij onbekende exemplaren heen. Als het bevalt wat ik zie, dan zoek ik het adres van de uitgever of hoofdredactie in het colofon op.

Vervolgens neem ik contact op, met de vraag of er nog uitbreiding van de schrijversstal nodig is. Of ik schrijf een concreet voorstel voor een artikel.

Freelance journalist Johan Koning schrijft teksten voor Kijk op Oost-Nederland & Kijk op het NoordenZo kwam ik in 2006 bijvoorbeeld als redacteur bij Kijk op Oost-Nederland terecht. En na vijf of zes wisselingen van uitgeverijen, diverse wijzigingen van format en inmiddels zo’n tien nieuwe hoofdredacteuren verder werk ik nog steeds voor dat blad. Met veel plezier.

Mogelijkheid 8: doorgeschoven werk, samenwerkingsverbanden & vriendjespolitiek

Via collega’s (bijvoorbeeld andere leden van Tekstnet) krijg ik soms werk doorgespeeld. Omdat zij het op dat moment te druk hebben, of omdat de opdracht ze niet goed ligt en ze denken dat het op mijn lijf geschreven is. Het gaat dan vaak om incidentele kleinere klussen, maar het kan ook om grote opdrachten gaan.

Zo werk ik regelmatig samen met een aantal tekstschrijvers in een team, waarbij we de content verzorgen voor een omvangrijke opdracht. De website van Tjingo is bijvoorbeeld zo’n opdracht die we in een freelancersteam oppakten.

En natuurlijk werk ik ook samen met bureaus, die mij inschakelen voor de teksten van de complete producties die ze maken. Het kan dan gaan om websites, brochures, magazines en meer. Die samenwerking geldt ook vice versa: krijg ik de aanvraag voor het maken van zo’n product, dan stel ik mijn partners voor als leverancier van de vorm, terwijl ik de tekstuele inhoud verzorg.

Mogelijkheid 9: LinkedIn en andere social media

 width=Via LinkedIn krijg ik steeds meer aanvragen voor tekstwerk en ik zoek er ook actief naar. Zo kwam ik bijvoorbeeld bij de Canadese producent van isolatiemateriaal Icynene terecht. De vertegenwoordiger voor de Benelux en Scandinavië van dat bedrijf gaf aan ondersteuning te kunnen gebruiken voor verschillende soorten teksten (website, brochures, Facebook-berichten).

Vanaf 2018 werk ik voor dat mooie bedrijf.

Mogelijkheid 10: privéconnecties

Ik kom er nog een keer uitgebreider op terug in een stuk over waarom ik Tekstschrijver voor de zorg ben, maar nu even heel kort. Doordat mijn zoon nogal wat zorg nodig heeft, kom ik bij verschillende instanties over de vloer. Dan komt het gesprek natuurlijk ook regelmatig op mijn werk en als ik dan uitleg wat ik doe, is het eerste zaadje geplant. Op deze manier kreeg ik bijvoorbeeld de opdracht om de webteksten van Kinderpsychologiepraktijk Infano uit Diepenheim te schrijven.

Andersom kan trouwens ook. Via een bureau waar ik vaker mee samenwerk mocht ik meehelpen om de nieuwe website van Praktijk De Poel uit Wierden (specialist in hoogbegaafdheid) te maken (project is nog in aanbouw). De visie van die praktijk blijkt weer prima bij mijn zoon te passen en hij krijgt daar nu uitstekende begeleiding tijdens zijn middelbareschoolopleiding.

Wat voor mij niet werkt?

Ik ben geen netwerker. Tenminste: ik houd niet van fysieke netwerkbijeenkomsten. Ik ben een paar keer bij zo’n netwerkclub langs geweest, maar het blijkt niet iets voor mij te zijn. Even goede vrienden, ik heb meer dan voldoende andere manieren om aan nieuwe klanten te komen, zoals hierboven staat uitgelegd.

Ik zeg niet dat ik me nooit meer laat strikken, maar voorlopig kan ik zonder. Gelukkig maar, want het past niet bij mijn karakter.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.