Menu

Interview met Sanne Wevers uit 2009

8 augustus, 2016

De Nederlandse turnsters hebben een historische prestatie geleverd. Door als team de laatste 8 van de Olympische Spelen te halen werd al geschiedenis geschreven, maar de Olympische titel van Sanne Wevers sloeg alles. Ik heb op zich niet zoveel met turnen, maar bij oranjesucces wel 😉 Als freelance redacteur van Twentelife maakte ik in 2009 een verhaal met Sanne Wevers. Daarin was sprake van een mogelijke deelname aan de Olympische Spelen in Londen (2012), maar die haalde ze niet. Vier jaar later vlamt ze alsnog onder Olympisch vuur.

rioIk vond het wel aardig om het stuk uit het archief op te diepen. Helaas heb ik het niet meer in definitieve opmaak – en u moet het zonder de foto’s doen. Toch vind ik het een fijn verhaal.

Sanne Wevers: vrolijk, maar geconcentreerd op weg naar successen

Plotsklaps stond ze in de belangstelling. Het turnproject uit Oldenzaal had een vruchtbaar resultaat opgeleverd: Sanne Wevers behaalde tijdens wereldbekerwedstrijden in Glasgow maar liefst twee gouden medailles. Een nieuw goudhaantje – hoewel natuurlijk in vrouwelijke vorm – was geboren. Tijd voor een gesprek met een potentiële prominente Olympisch deelneemster.

Even een klein fantasietje, om mee te beginnen. Het is 2012 en de locatie is het Olympisch turnstadion in Londen. Duizenden mensen op de tribune, de spanning is te snijden. Op de vloer bereiden zes in oranje pakjes gehulde turnsters zich voor op hun allesbeslissende wedstrijd. Eén van de dames is een weliswaar in Leeuwarden geboren, maar in Twente opgegroeide spring-in-het-veld. Heeft Twentelife last van hallucinaties? Nee hoor, de potentie is er zeker bij Sanne Wevers. Niet voor niets werd ze begin dit jaar uitgekozen tot Sporter van het Jaar door de Koninklijke Nederlandse Gymnastiek Unie, samen met Epke Zonderland.

Als het allemaal zo zou mogen gaan, dan is een stevige basis voor het sportieve succes gelegd in Oldenzaal. Daar traint Sanne wekelijks meer dan dertig uur om haar oefeningen te perfectioneren. En wie weet is zij zelfs niet de enige Twentse die straks in Londen acte de précence geeft. “Er lopen namelijk nog meer talentvolle turnsters met Olympische aspiraties rond – waaronder haar tweelingzus Lieke”, zegt trainer Vincent Wevers.

Nog een Wevers als gesprekspartner, is dat toeval. Nee! Want deze Vincent Wevers is in de sporthal ‘Vincent’ voor Sanne en haar zus, maar thuis aan de keukentafel is het ‘papa’. “Dat klinkt voor anderen misschien vreemd, maar voor ons is het heel normaal”, zegt vader Wevers, die in Heerenveen een CIOS-opleiding volgde met turnen en tennis als doelsporten en vervolgens na omzwervingen bij enkele kleine Friese turnclubjes uiteindelijk in Oldenzaal terechtkwam bij Quick.

“Zo omstreeks 2002 besloten we om ons als groep af te splitsen omdat we het niet helemaal met het beleid eens waren.” Een lange zoektocht naar een nieuw onderkomen én geld om een turnhal in te richten volgde, maar uiteindelijk kon BOSAN-TON (dat laatste staat voor Topturnen Oost-Nederland), zoals de nieuwe stichting gedoopt werd, in Oldenzaal een eigen trainingsaccommodatie betrekken. “En als het goed is verhuizen we later dit jaar naar de Topsporthal in Almelo. Die accommodatie is écht perfect.”

Gekneed en gezweet

En daar zijn we nu dus. Een onderkomen waarin dagelijks urenlang gezweet wordt door turnsters die door hun trainers in alle finesses worden gekneed. “Je moet er veel voor over hebben”, zegt Sanne als we haar later spreken voor een interview. Het houdt in dat ze naast haar turntrainingen en school weinig tot geen tijd heeft voor andere dingen.

“Maar ik vind dat niet erg hoor. Ik hou van mijn sport en wil graag het hoogste bereiken. En daar moet je inderdaad veel voor laten, maar ik krijg er ook veel voor terug.” Tegenover ons zit een zeventienjarig meisje. Dat betekent vanzelfsprekend dat er tussen de woorden door af en toe een giebel klinkt, maar Sanne Wevers is een opmerkelijk openhartig meisje. Gepokt en gemazeld is ze inmiddels als aanstormend talent en daarmee één van de opvolgsters van de generatie die min of meer werd aangevoerd door Verona van der Leur. De generatie die het turnen in Nederland weer op de kaart zette met aansprekende resultaten.

Media-optredens pakt ze dan ook vrij nuchter op. Zo schrikt de toch nog maar 17-jarige er niet van als er na een wedstrijd door een medewerker van Studio Sport een microfoon onder haar neus wordt gedrukt, terwijl een cameraman ook niet ver weg is. “Het hoort erbij en bovendien weet je meestal wel wat ze zo ongeveer gaan vragen”, geeft ze aan. “Na een wedstrijd gaat het dan meestal over de net voltooide oefening en het resultaat daarvan.”

Ten tijde van ons gesprek is Sanne nog geblesseerd. Tijdens de voorbereidingen op de wereldbekerwedstrijden in Madrid liep ze een spierscheuring op aan haar arm. Betekent dit dan dat ze wat extra tijd kan besteden aan haar school? “Nee hoor, want ik ben alweer druk bezig om op te trainen”, vertelt ze. Sanne vindt de combinatie tussen school en sport zwaar. Momenteel zit ze in de(vierde) derde klas van het VWO. Hoe ziet haar dag er dan uit? “Ik sta vroeg op, zo rond zes uur ’s ochtends”, zegt ze, terwijl ze haar beugel blootlachend de verslaggever aankijkt. “Dat is vroeg ja, maar dat vind ik niet zo erg. Je moet dat wel willen, anders hou je het niet vol. Om kwart over zeven begint de training en die duurt tot vijf over half tien. Daarna gaan we met een busje naar school.”

School

Zoals al aangegeven zit Sanne op het VWO. Dat doet ze op het Stedelijk Lyceum in Enschede, waar ze een speciale opleiding voor topsporters, een zogenaamde LOOT-school, volgt. “Dat betekent dat wij een aantal vakken, zoals bijvoorbeeld gymnastiek en handvaardigheid, niet hoeven te doen”, zegt ze. De schooldagen lopen van een uurtje of tien tot ongeveer twee uur in de middag.

“Dan gaan we weer terug naar trainingshal om nog eens een aantal uren te trainen. Daarna moet ik thuis nog studeren en vervolgens is het vroeg naar bed.” De combinatie school-sport is niet altijd even leuk, zo geeft Sanne eerlijk aan. “Het is soms moeilijk te combineren. Een gewone VWO-leerling moet na school ook nog veel doen, maar wij hebben daar niet veel tijd voor. “

Op zesjarige leeftijd stapte ze voor het eerst in turnoutfit een hal binnen. “Dan train je natuurlijk nog niet direct dertig uur”, lacht ze. Dat zij en haar tweelingzusje zouden gaan turnen, is mede door de genen bepaald. Vader Vincent turnde op hoog niveau én bekwaamde zich dus als coach. Hij legt uit dat het imago van de turnsport, waarin met name de Oost-Europese en Aziatische landen bekendstaan om het ‘drillen’ van hun pupillen, niet conform de realiteit is.

“Dat valt allemaal best mee. Maar voor de meiden en jongens uit die landen is het vaak de enige kans om uit armoede te ontsnappen. Het is wel een harde selectieprocedure, wie niet meekan, valt af. Dat is hier ook zo.” Ook omdat de topjaren van turners vaak al op relatief jonge leeftijd zijn. “Eigenlijk moet je ervoor zorgen dat de sporters voor de puberteit al optimaal geprepareerd zijn voor topsport. En dat betekent gewoon veel trainen, maar wel altijd op een fatsoenlijke manier. Het is voor ouders vaak best moeilijk. Het hele gezinsleven is vaak gericht op het turnen, dus moet de hele familie er ook achter staan. Wij begeleiden onze sporters en hun familie daar goed in en als het niet gaat, dan is het jammer, maar dan gaat het gewoon niet.”

Topsport is hard, weet ook Sanne. “Maar dat moet ook. En dat mijn vader mijn trainer is, is voor de buitenwereld vreemd. Maar tegenover mij is hij net zo hard als tegen anderen hoor. Op dat moment zijn wij turnsters net als alle andere turnsters.”
Voordeel voor Sanne is natuurlijk dat haar vader de turnsport van haver tot gort kent. “Maar eerst had ik een andere trainer, Mark Nijemanting bij Quick. Pas zes jaar later kreeg ik mijn vader als trainer. Dat was eerst even wennen, maar het werd al snel heel gewoon”, vertelt Sanne.

Nu ze eenmaal in de top is aanbeland, is het natuurlijk zaak om er zo lang mogelijk te blijven. De Olympische Spelen van Peking haalde ze net niet – voor Nederland was Suzanne Harmes in China aanwezig –, maar de mogelijkheden zijn er wel degelijk om er over vier jaar bij te zijn. Trainer Vincent: “Eigenlijk zou het voor de Nederlandse turnsport pas echt zoden aan de dijk zetten als er een Nederlands team naar Londen gaat. Pas dan heb je echt impact, maar het is wel heel moeilijk om zover te komen. Je moet dan namelijk een lichting van zes tot acht turnsters hebben die wereldtop zijn. Toch zie ik wel mogelijkheden.” En dan zou het dus best eens zo kunnen zijn dat een Twentse tweeling op de Spelen furore maakt, onder leiding van hun coach én vader. “Het zou heel mooi zijn als er iemand uit onze groep – wie het dan ook is – op de Spelen actief is, maar we zijn er nog lang niet.”

In ieder geval begint de ‘Road to London’ in de Rotterdamse Ahoy’, tijdens de Nederlandse kampioenschappen. Zo vrolijk en open als ze tijdens dit gesprek is, zo gefocust is Sanne tijdens wedstrijden. “Het maakt mij niet uit of er vijf mensen of tienduizend mensen zitten te kijken. Ík moet op dat moment alleen aan mijn oefening denken. Druk voel ik niet.”

De ‘Wevers’

Het zou overigens best eens zo kunnen zijn dat er binnenkort een element officieel haar naam zal dragen. Voor een turner is dat natuurlijk de hoogst mogelijk eer, om een oefening die nog nooit door iemand anders is gedaan naar je vernoemd te krijgen. “De ‘Wevers’ is eigenlijk uit nood geboren, omdat ik met de voorgeschreven anderhalve pirouette vaak te ver doorschoot. Ik dacht: laat ik er dan maar een dubbele van maken”, vertelt ze enthousiast. “Het is dan ook een dubbele pirouette op de balk, waarbij ik mijn ene been horizontaal houd. Tot nu toe ben ik de enige die dit kan.”

Na het interview in de kantine stapt Sanne de sporthal weer binnen. “Vincent, we zijn klaar.” Samen met haar trainer zal ze even later in de auto stappen, op weg naar huis. Gedurende die reis zal trainer Vincent weer worden omgeturnd tot vader Vincent. Het is een bijzondere en opmerkelijke situatie, maar voor de Wevertjes niet meer dan gewoon.

Tekst: Johan Koning – Twentelife 2009

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.