Ede Staal - De man van 't tunetje van Mien Toentje - Ede's Taal
26 juli, 2011
Zoals u misschien weet, liggen mijn roots op de Groningse klei. Nu zijn ‘wij’ Grunnigers niet zo van de borstklopperij enzo. Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg.

De Groningse troubadour Ede Staal.
Ik heb jaren in Friesland gewoond en daar zijn ze natuurlijk, op een goede manier, erg nationalistisch. Maar als er één volkje in Nederland is, dat in Nederland de kroon spant, dan zijn het de tukkers wel. Als je het mij vraag, tenminste. Als je in de contreien waar ik nu woon iets met ‘Twente’ in je bedrijfsnaam hebt staan, dan is je kostje bij wijze van spreken al gekocht.
Maar daar heb ik het nu niet over, ik ga even terug in de tijd. Terug naar Grun’n.
Kwart eeuw
Want ‘wij’ hebben niet veel waar we onze borst voor vooruit steken. FC Groningen misschien. De Martini-toren, die ook. Maar verder? Eigenlijk is er maar één persoon waar iedere ras-Groninger wel iets mee heeft. Afgelopen vrijdag was het een kwart eeuw geleden dat Ede Staal overleed. De man die maar een handvol optredens gaf is als zanger onlosmakelijk verbonden met Stad en – vooral – Ommelaand.
Bekend werd hij door zijn liedje ‘Mien Toentje‘, dat jarenlang het openingstunentje was van de moestuinrubriek van regionale zender Radio Noord. Een moestuinrubriek? Ja, veel Groningers krabben graag met hun blote handen in de klei, om daar iets te laten groeien. Het deuntje werd bijkans nog populairder dan de rubriek zelf.
Poëtisch
Maar echt legendarisch werd Staal, nadat hij op 22 juli 1986 het leven liet na een slopende ziekte. Zelf had hij dat ongetwijfeld veel poëtischer verwoord. Want men mag ‘ons’ dan wel eens verwijten stug, afstandelijk en niet-romantisch te zijn: Ede Staal maakt dat met veel van zijn liedjes in hoogsteigen persoon helemaal goed.
Knauwen
Als u even anderhalf uur de tijd heeft, kijk dan naar onderstaande documentaire van TV Noord. Voor mij was het even terug naar mijn roots, maar misschien ontdekt u zo wel hoe mooi Groningen ook kan zijn. En bovendien leert u er een paar mooie Groningse woorden, zinnen (Het leev’n gait deur en ’t wotter blift nat), uitdrukkingen en liedjes bij. Nooit verkeerd, toch? Want mijn moerstaal kan wel degelijk heel erg mooi zijn. Dat ‘geknauw’ even daargelaten.
